Uitspraak
24 juni 2024, 24/178
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Raad heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen een bepaalde termijn. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht verplicht is. Appellant is ook hiervoor meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit te herstellen, maar heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Gezien het niet voldoen aan de betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.