Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
28juni 2024 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, waarbij tevens een machtigingsformulier is meegestuurd ter invulling.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. De gemachtigde van appellant heeft echter nagelaten een schriftelijke machtiging te overleggen, zoals vereist op grond van artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad heeft de gemachtigde tweemaal schriftelijk in de gelegenheid gesteld dit te herstellen, maar deze heeft beide termijnen ongebruikt laten verlopen.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, hetgeen eveneens een vereiste is volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Ook hiervoor is appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld de gronden alsnog in te dienen, zonder resultaat.
Gezien het ontbreken van een schriftelijke machtiging en het ontbreken van beroepsgronden, en het uitblijven van een verontschuldiging voor deze verzuimen, heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat op 26 november 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging en beroepsgronden.