ECLI:NL:CRVB:2024:2339
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gaf aan dat hij door het onterecht beëindigen van zijn uitkering niet in staat was het griffierecht te voldoen. Tevens verwees hij naar betaling van griffierecht in een voorlopige voorziening, die volgens hem verrekend had kunnen worden.
De Raad oordeelde dat appellant zijn financiële situatie eerder had kunnen melden en een beroep op betalingsonmacht had kunnen doen, wat niet was gebeurd. Verrekening van griffierecht tussen verschillende procedures is niet mogelijk. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.