ECLI:NL:CRVB:2024:2351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht
Appellante verzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht toe te kennen voor haar dochter. De Svb kende dubbele kinderbijslag toe vanaf het tweede kwartaal van 2022, conform de wettelijke bepalingen, en wees een verzoek om verdere terugwerkende kracht af. Appellante stelde dat haar brief van juli 2022 als prematuur bezwaarschrift had moeten worden aangemerkt en dat nieuwe feiten en bijzondere omstandigheden een herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de brief van 22 juli 2022 terecht niet als prematuur bezwaarschrift werd aangemerkt. Nieuwe feiten die pas in hoger beroep werden ingebracht, kunnen niet worden meegewogen. De wet stelt een harde grens aan terugwerkende kracht, die niet door de Svb kan worden overschreden.
De Raad erkent de moeilijke situatie van appellante, maar stelt dat dit geen grond is om de wet contra legem toe te passen. De afwijzing van het herzieningsverzoek is niet evident onredelijk. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot weigering van dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht wordt afgewezen.