ECLI:NL:CRVB:2024:1312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening dubbele kinderbijslag wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante ontving dubbele kinderbijslag voor haar zoon vanwege intensieve zorgbehoefte tot en met 2019. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees een aanvraag voor dubbele kinderbijslag vanaf 1 januari 2020 af op basis van een CIZ-advies dat onvoldoende zorgbehoefte vaststelde. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit bevestigde, vroeg appellante opnieuw dubbele kinderbijslag aan per het vierde kwartaal van 2021, welke werd toegekend.
Appellante verzocht om herziening van het oorspronkelijke afwijzingsbesluit en om een eerdere ingangsdatum van dubbele kinderbijslag. De Svb wees deze verzoeken af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd en omdat het niet mogelijk is om dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht toe te kennen vóór het kwartaal van aanvraag.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het beleid van de Svb rechtmatig is toegepast, het besluit niet evident onredelijk is en dat appellante geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt verworpen en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de bestreden besluiten blijven in stand.