ECLI:NL:CRVB:2024:2358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die voorheen als beveiliger werkte, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant slechts 1,86% tot 19,34% arbeidsongeschikt is, wat onvoldoende is voor een uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend zijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn beperkingen, maar bracht geen nieuwe medische informatie in.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan op 13 december 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.