ECLI:NL:CRVB:2024:2365
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken schriftelijke machtiging
Verzoekster heeft via haar belangenbehartiger een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft de belangenbehartiger meerdere malen verzocht om binnen een gestelde termijn een schriftelijke machtiging te overleggen, zoals vereist op grond van artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Ondanks herhaalde verzoeken en verlengingen heeft de belangenbehartiger geen machtiging ingediend en ook geen geldige redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. De belangenbehartiger stelde dat het vanwege het verblijf van verzoekster in Indonesië onzeker was of de machtiging tijdig kon worden verstrekt, maar dit werd niet als voldoende grondslag erkend.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet in aanwezigheid van griffier A. Giesen op 5 december 2024.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig overleggen van een schriftelijke machtiging.