ECLI:NL:CRVB:2024:2368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening wegens ontbreken schriftelijke machtiging
Verzoekster heeft via haar belangenbehartiger een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft de belangenbehartiger verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging te overleggen, conform artikel 8:24, tweede lid, Awb, dat ook van toepassing is op herzieningsverzoeken.
Ondanks meerdere verzoeken en verlengingen heeft de belangenbehartiger geen machtiging ingediend. De belangenbehartiger gaf aan geen wettelijke grondslag te zien voor het verzoek en verwees naar praktische bezwaren vanwege het verblijf van verzoekster in Indonesië. De Raad heeft meerdere malen gewezen op de gevolgen van het niet tijdig indienen van de machtiging.
Omdat geen verontschuldigbare redenen voor het verzuim zijn gebleken, verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Sneevliet, in aanwezigheid van griffier Giesen, op 5 december 2024.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig overleggen van een schriftelijke machtiging.