Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, houdster van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, vroeg om individuele inkomenstoeslag met ingang van 2017 tot 2021. Het college wees de aanvraag af met het argument dat de toeslag alleen toegekend wordt vanaf de dag van melding en dat geen bijzondere omstandigheden voor terugwerkende kracht bestonden.
Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar deels gegrond door toekenning vanaf de dag van melding in 2021, maar handhaafde de afwijzing van terugwerkende kracht. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellante hoger beroep instelde en tevens schadevergoeding vorderde.
De Raad oordeelt dat de individuele inkomenstoeslag jaarlijks opnieuw moet worden aangevraagd en niet ambtshalve kan worden toegekend. Het college heeft appellante voldoende geïnformeerd over de noodzaak tot herhaalde aanvraag, ook gelet op haar visuele en psychische beperkingen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die terugwerkende kracht rechtvaardigen.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding geweigerd. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding noch terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag om individuele inkomenstoeslag met terugwerkende kracht wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.