ECLI:NL:CRVB:2024:2381

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 december 2024
Publicatiedatum
17 december 2024
Zaaknummer
23/2121 WMO15
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening gesloten buitenwagen bevestigd in hoger beroep

Appellant, geboren in 1946 en met diverse mobiliteitsbeperkingen, vroeg het college om een maatwerkvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen (Canta) vanwege klachten bij kou en sociale redenen. Het college wees de aanvraag af, stellende dat de scootmobiel gecombineerd met aanvullend openbaar vervoer (AOV) de goedkoopste en geschikte oplossing is.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het Indicatieadviesbureau Amsterdam op basis van medische stukken concludeerde dat appellant niet zodanig beperkt is dat een gesloten buitenwagen noodzakelijk is. Appellant bracht geen nieuwe medische informatie in en de rechtbank vond dat het college zich terecht op dit advies kon baseren.

In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar bracht wederom geen nieuwe medische informatie aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. De Raad oordeelde dat appellant met de scootmobiel en het AOV voldoende vervoersmogelijkheden heeft en dat de aanvraag voor een gesloten buitenwagen terecht is afgewezen. Het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen blijft in stand.

Uitspraak

23/2121 WMO15
Datum uitspraak: 11 december 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 juli 2023, 23/172 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
SAMENVATTING
In deze zaak gaat het om de vraag of het college de aanvraag van appellant voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen terecht heeft afgewezen. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 november 2024. Appellant is verschenen, vergezeld door zijn stiefzoon S.A. Gonsalves. Het college is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant, geboren in 1946, is bekend met verschillende aandoeningen die hem beperken in zijn mobiliteit. In verband daarmee heeft het college aan appellant de volgende maatwerkvoorzieningen verstrekt: een scootmobiel en aanvullend openbaar vervoer (AOV) van deur tot deur. Verder maakt appellant gebruik van een rollator.
1.2.
Omdat appellant meer last van de kou ervaart en omdat hij samen met een vriend of zijn partner eropuit wil gaan, heeft hij zich bij het college gemeld voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen (Canta). Het college heeft het Indicatieadviesbureau Amsterdam om advies gevraagd. Het Indicatieadviesbureau Amsterdam heeft geconcludeerd dat appellant met een Canta op de plaats van bestemming niet kan voorzien in zijn vervoersbehoeftes gelet op zijn zeer korte loopvermogen met ondersteuning van een rollator.
1.3.
Met een besluit van 30 maart 2022 heeft het college op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 de aanvraag van appellant voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een Canta afgewezen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat voor appellant de goedkoopste geschikte oplossing is de scootmobiel in combinatie met het AOV. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
1.4.
In bezwaar heeft het college het Indicatieadviesbureau Amsterdam opnieuw om advies gevraagd. Het Indicatieadviesbureau Amsterdam heeft geconcludeerd dat de longaandoening, zoals die zich bij appellant voordoet, niet van dien aard is dat gesloten moet worden gereden.
1.5.
Met een besluit van 7 december 2022 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Daartoe heeft de rechtbank als volgt overwogen. Appellant heeft in beroep ter onderbouwing van zijn standpunten een brief van de huisarts, een brief van de uroloog en een longexamen overgelegd. Deze stukken zijn door het college voorgelegd aan het Indicatieadviesbureau Amsterdam. Het Indicatieadviesbureau Amsterdam is tot de conclusie gekomen dat uit de stukken niet blijkt dat de longaandoening van appellant dermate ernstig is dat hij gesloten moet rijden. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich heeft mogen baseren op de adviezen van het Indicatieadviesbureau Amsterdam. Alle beschikbare medische informatie is meegenomen en voldoende is onderbouwd dat geen noodzaak bestaat om een Canta te verstrekken. Appellant heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de adviezen mogelijk onjuist zijn. In de brief van de huisarts is weliswaar vermeld dat de huisarts denkt dat voor appellant overdekking prettig is als hij zich in de buitenlucht voortbeweegt, maar dit is onvoldoende voor de conclusie dat overdekking ook noodzakelijk is.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft ook in hoger beroep aangevoerd dat een Canta voor hem noodzakelijk is. De artsen van het Indicatieadviesbureau Amsterdam luisterden niet naar hem. Hij heeft tegen de artsen verteld dat de scootmobiel juist geen oplossing is vanwege zijn klachten bij koud weer. Dit blijkt vooral uit de brief van de huisarts. Het AOV is ook geen oplossing want daar is nooit plek op de momenten waarop hij naar het ziekenhuis moet. Door de weigering van het college om hem een Canta te verstrekken, verkeert appellant al jarenlang in een sociaal isolement.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt aan de hand van wat appellant heeft aangevoerd of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.
4.1.
Appellant heeft in hoger beroep in de kern herhaald wat hij bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak besproken en afdoende gemotiveerd waarom deze niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en het op grond daarvan door de rechtbank gegeven oordeel dat het college zich heeft mogen baseren op de adviezen van het Indicatieadviesbureau Amsterdam. De Raad voegt daar nog aan toe dat appellant in hoger beroep geen nieuwe medische informatie heeft ingebracht. Uit de medische stukken die in het dossier zitten blijkt niet dat appellant geen gebruik kan maken van het AOV, aangevuld met de scootmobiel.

Conclusie en gevolgen

4.2.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
5. Appellant krijgt het betaalde griffierecht niet terug.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.M.P. Jacobs, in tegenwoordigheid van N. El Khabazi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2024.
(getekend) K.M.P. Jacobs
(getekend) N. El Khabazi