ECLI:NL:CRVB:2024:2381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening gesloten buitenwagen bevestigd in hoger beroep
Appellant, geboren in 1946 en met diverse mobiliteitsbeperkingen, vroeg het college om een maatwerkvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen (Canta) vanwege klachten bij kou en sociale redenen. Het college wees de aanvraag af, stellende dat de scootmobiel gecombineerd met aanvullend openbaar vervoer (AOV) de goedkoopste en geschikte oplossing is.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het Indicatieadviesbureau Amsterdam op basis van medische stukken concludeerde dat appellant niet zodanig beperkt is dat een gesloten buitenwagen noodzakelijk is. Appellant bracht geen nieuwe medische informatie in en de rechtbank vond dat het college zich terecht op dit advies kon baseren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar bracht wederom geen nieuwe medische informatie aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. De Raad oordeelde dat appellant met de scootmobiel en het AOV voldoende vervoersmogelijkheden heeft en dat de aanvraag voor een gesloten buitenwagen terecht is afgewezen. Het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen blijft in stand.