ECLI:NL:CRVB:2024:2386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering met arbeidsongeschiktheid van 57,09% en 69,48%
Appellant, voormalig reefer controleur, meldde zich ziek op 27 november 2019 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek arbeidsongeschiktheidspercentages vast van 52,66% per 24 november 2021 en 58,45% per 15 maart 2023. Na bezwaar verhoogde het UWV deze percentages naar respectievelijk 57,09% en 69,48%.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat, onder meer door klachten aan het bewegingsapparaat, wondroos, vermoeidheid na Covid-19 en depressieve klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevat die aanleiding geven tot een ander oordeel dan de rechtbank. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de medische situatie overtuigend toegelicht en geen aanwijzingen gevonden voor psychische beperkingen op de relevante data. De Raad bevestigt daarom het arbeidsongeschiktheidspercentage van 57,09% per 24 november 2021 en 69,48% per 15 maart 2023 en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De toekenning van de WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 57,09% per 24 november 2021 en 69,48% per 15 maart 2023 blijft in stand.