ECLI:NL:CRVB:2024:2389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant betwistte dit en stelde dat zijn beperkingen onderschat zijn, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek heeft verricht en dat de beperkingen van appellant juist zijn vastgesteld. Appellant kon zijn standpunt onvoldoende onderbouwen met medische stukken en zijn argumenten werden door de rechtbank verworpen.
In hoger beroep herhaalt appellant zijn bezwaren, waaronder een verwijzing naar een nieuw besluit over arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig en onafhankelijk is uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld.
De Raad concludeert dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep wordt afgewezen, waarmee de weigering van de WIA-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.