ECLI:NL:CRVB:2024:2403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1997 en diabetes type 1-patiënt, vroeg een Wajong-uitkering aan wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze uitkering na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, omdat appellant arbeidsvermogen zou behouden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische gegevens uit 2019 en 2022 nagenoeg gelijk waren en geen toename van beperkingen aantoonbaar was.
Appellant voerde aan dat zijn vermoeidheid, stressgevoeligheid en angst voor orgaanschade waren toegenomen, waardoor hij niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. Hij stelde dat een arbeidsdeskundige had moeten worden betrokken. Het UWV handhaafde het standpunt dat geen sprake was van toegenomen beperkingen.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht geen toename van beperkingen aannam, mede omdat de medische informatie en anamnese geen objectieve aanwijzingen voor een verslechtering gaven. De Raad vond dat een arbeidskundig onderzoek niet noodzakelijk was en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen en behoud van arbeidsvermogen.