ECLI:NL:CRVB:2024:2440
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Vervolgens deed appellante verzet tegen deze beslissing en stelde dat zij niet in verzuim was geweest, onder meer omdat het heffen van griffierecht in strijd zou zijn met artikel 6 EVRM Pro en omdat haar financiële gegevens vervalst zouden zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante in het verzet geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat zij niet in verzuim was. Tevens was appellante gewezen op de mogelijkheid om een beroep op betalingsonmacht te doen, maar zij had hiervan geen gebruik gemaakt.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 december 2024.
Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens geen feiten die het verzuim rechtvaardigen.