ECLI:NL:CRVB:2024:2444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.H.L.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij tijdelijke ontheffing arbeidsverplichtingen
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verzocht om vrijstelling van arbeidsverplichtingen. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af, maar na bezwaar werd hij deels ontheven van arbeidsverplichtingen voor twee jaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond omdat appellant zijn inhoudelijke gronden niet handhaafde en de hoorplicht niet was geschonden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de hoorplicht wel was geschonden en dat dit een procedureel gebrek vormde. De Raad beoordeelde echter dat appellant geen procesbelang had omdat hij zijn inhoudelijke gronden niet meer handhaafde en berustte in het besluit. Het louter vaststellen van een procedureel gebrek zonder feitelijke betekenis is onvoldoende voor procesbelang.
De Raad concludeerde dat appellant met het hoger beroep geen resultaat kan bereiken dat voor hem feitelijke betekenis heeft en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor komt geen inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep meer aan de orde en worden proceskosten niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.