Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 1 niet-ontvankelijk;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, met gezondheidsproblemen sinds 2008, ontving meerdere maatwerkvoorzieningen huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Tegen besluiten van het college over deze voorzieningen maakte appellant bezwaar, dat deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond werd verklaard. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken van de rechtbank.
De Raad overwoog dat het procesbelang vereist dat het nastreven van het resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en feitelijke betekenis heeft voor de indiener. Omdat het ging om verstreken perioden en appellant tevreden was met een latere toegekende voorziening, was er geen belang meer bij inhoudelijke beoordeling. Het enige resterende belang betrof de vergoeding van bezwaarkosten.
De Raad stelde dat het niet toekennen van een vergoeding van bezwaarkosten voortaan geen zelfstandig procesbelang meer oplevert, gelijkgetrokken met de rechtspraak over proceskosten in beroep en hoger beroep. Een uitzondering geldt als het bestuursorgaan het besluit in bezwaar herroept zonder vergoeding toe te kennen of als de hoogte van de vergoeding in geschil is, wat hier niet het geval was.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep tegen het eerste aangevallen besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en bevestigde het de uitspraak tegen het tweede besluit. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; aangevallen uitspraak bevestigd.