Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
- veroordeelt het CIZ in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.123,-;
- bepaalt dat het CIZ aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) waarin de aanvraag voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) was afgewezen. Tijdens de procedure heeft het CIZ het bestreden besluit herzien met een herziene beslissing op bezwaar van 5 oktober 2023, waarbij appellant alsnog in aanmerking werd gebracht voor Wlz-zorg.
Naar aanleiding van deze herziening heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht het CIZ te veroordelen in de proceskosten. Het CIZ stemde niet in met vergoeding van deze kosten. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het dossier gesloten.
De Raad overwoog dat intrekking van het beroep wegens tegemoetkomen door het bestuursorgaan in beginsel leidt tot een proceskostenveroordeling, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. In deze zaak waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank had het CIZ reeds veroordeeld tot vergoeding van kosten in de beroepsprocedure. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het CIZ nu ook tot vergoeding van de kosten in bezwaar en hoger beroep, begroot op €1.248,- respectievelijk €875,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €136,-.
De uitspraak werd gedaan door rechter D. Hardonk-Prins en griffier A. Giesen op 31 januari 2024.
Uitkomst: Het CIZ is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens herziening van het besluit.