ECLI:NL:CRVB:2024:2456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van woninginrichting na een verhuizing van Tilburg naar Rotterdam. Zij stelde dat zij niet had kunnen sparen vanwege mishandeling door haar ex-partner en de noodzaak om te vluchten. Het college wees de aanvraag af omdat de verhuizing voorzienbaar was en appellante vooraf had moeten reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet had kunnen reserveren. Zij had ruim negen maanden in Rotterdam gewoond voordat zij de aanvraag deed en gaf geen onderbouwing van het verband tussen de mishandeling in 2020 en de verhuizing in 2021.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat alleen bijzondere omstandigheden recht geven op bijzondere bijstand en dat de verhuizing voorzienbaar was. Appellante had geen aanvullende gegevens of toelichting gegeven die het ontbreken van reserveringsmogelijkheden aannemelijk maakten.
Het hoger beroep werd afgewezen en appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand blijft in stand.