ECLI:NL:CRVB:2024:249
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaald griffierecht
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was voldaan.
Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het verzet. Uit de procedure blijkt dat het verzet te laat is ingediend, nadat de termijn op 19 juli 2022 was verstreken.
Appellant voerde onder meer aan dat er sprake was van oneerlijke informatievoorziening en dat het verzet reeds besloten lag in het hoger beroep. De Raad oordeelde dat uit de uitspraak van 31 mei 2022 duidelijk bleek dat verzet binnen zes weken moest worden ingesteld en dat de mogelijkheid tot verzet niet was uitgesloten.
De argumenten van appellant over tijdsperceptie en het niet laten beperken door termijnen werden niet aanvaard. Het te laat indienen van het verzet werd niet verschoonbaar geacht. Daarom verklaarde de Raad het verzet niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.