Uitspraak
22.1964 PW-PV, 22/1965 PW-PV, 22/2399 PW-PV
28 juni 2022, 22/415 (aangevallen uitspraak 2)
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak oordeelt de Centrale Raad van Beroep over het hoger beroep van appellante tegen de buitenbehandelingstelling en afwijzing van drie aanvragen om bijstand door het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam.
De buitenbehandelingstelling van de aanvraag van 23 maart 2021 is terecht omdat appellante niet binnen de gestelde termijn de gevraagde bankafschriften heeft overgelegd, noch om uitstel heeft gevraagd. De afwijzing van de aanvraag van 10 juni 2021 is eveneens gegrond omdat appellante onvoldoende duidelijkheid gaf over haar financiële en woon- en leefsituatie, waaronder het niet overleggen van bankafschriften en onduidelijkheid over haar verblijfplaatsen.
Ten slotte is de afwijzing van de aanvraag van 5 augustus 2021 terecht omdat appellante niet meewerkte aan een huisbezoek: zij was niet aanwezig op het afgesproken tijdstip en haar moeder verleende geen toestemming voor het bezoek. De Raad oordeelt dat het dagelijks bestuur niet onzorgvuldig handelde door geen tweede poging te doen en dat het belang van verificatie via huisbezoek zwaar weegt.
De Raad wijst het hoger beroep af en kent geen vergoeding toe voor proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; aanvragen bijstand terecht buiten behandeling gesteld of afgewezen wegens onvoldoende medewerking.