ECLI:NL:CRVB:2024:27
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, die een uitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuiskosten. Het college wees dit af omdat de verhuiskosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden zoals vereist in artikel 35 van Pro de Participatiewet. Appellante stelde dat medische redenen de verhuizing noodzakelijk maakten en overhandigde verklaringen van haar huisarts.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De verklaringen van de huisarts gaven wel aan dat appellante psychische klachten had door weinig licht, maar toonden niet aan dat een plotselinge en onvoorzienbare verhuizing noodzakelijk was. Ook het bestreden besluit erkende geen medische noodzaak.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Het hoger beroep werd afgewezen en appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van medische noodzaak.