Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
mr. Gümüs-Genc via videobellen verschenen. Het Uwv heeft zich via videobellen laten vertegenwoordigen door E.M.C. Beijen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg om herleving van zijn WIA-uitkering per 15 juli 2020, stellende dat zijn rug-, lever- en psychische klachten waren toegenomen. Het UWV had deze aanvraag afgewezen omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak sinds de beëindiging van de uitkering op 19 januari 2017.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts voldoende had gemotiveerd waarom er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten waren verergerd, maar bracht geen nieuwe medische informatie aan die relevant was voor de situatie per 15 juli 2020.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV in hun standpunt. De Raad stelde vast dat de nieuwe medische informatie over de blaaskanker uit 2023 niet relevant was voor de beoordeling van de situatie in 2020 en dat de beperkingen niet waren toegenomen uit dezelfde ziekteoorzaak. Het hoger beroep werd verworpen, het besluit van het UWV bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens ontbreken van toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.