Uitspraak
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
WGA-vervolguitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft zich ziekgemeld met psychische en fysieke klachten en ontving eerder een WGA-uitkering. Na een eerdere afwijzing van haar verzoek om een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid, meldde zij zich opnieuw met toegenomen klachten per 8 juni 2020. Het UWV weigerde de WIA-uitkering omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na 27 april 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische rapporten en het ontbreken van aanvullend bewijs geen toename van beperkingen aannemelijk maakten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische en fysieke klachten waren toegenomen en dat het UWV haar beperkingen onderschatte, onder meer door het ontbreken van een aanvullend psychiatrisch onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde uitvoerig dat de beperkingen niet waren toegenomen, onderbouwd met meerdere rapporten. De diagnose PTSS werd niet onderschreven vanwege het ontbreken van onderzoeksbevindingen en het ontbreken van een ernstig psychisch toestandsbeeld. De Raad zag geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WIA-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.