ECLI:NL:CRVB:2024:291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit beroep ingetrokken nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan haar bezwaren tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift worden veroordeeld in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken vanwege tegemoetkoming.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek van appellante tot proceskostenvergoeding toegewezen. De proceskosten zijn begroot op € 3.249,-, bestaande uit kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Daarnaast is het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 186,-.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor, en is uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2024.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van € 3.249,- aan proceskosten en € 186,- aan griffierecht aan appellante.