ECLI:NL:CRVB:2024:293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 5 april 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV geen verweerschrift had ingediend en dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven. Op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro is het bestuursorgaan in een dergelijke situatie op verzoek van de indiener van het beroepschrift in de proceskosten te veroordelen.
De proceskosten werden begroot op € 3.937,50, bestaande uit kosten van rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast werd het betaalde griffierecht van € 172,- aan appellante vergoed. De Raad veroordeelde het UWV conform dit bedrag tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 3.937,50 aan proceskosten en € 172,- aan griffierecht aan appellante.