ECLI:NL:CRVB:2024:319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Wmo 2015 maatwerkvoorziening
Appellant, bekend met psychische problematiek, ontving een maatwerkvoorziening individuele begeleiding op grond van de Wmo 2015. Hij maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf omdat hem geen persoonsgebonden budget (pgb) werd verstrekt. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond vanwege het ontbreken van een volledig Wlz-indicatiebesluit, waardoor de ondersteuningsbehoefte niet vastgesteld kon worden.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. Appellant stelde hoger beroep in, maar overlegd opnieuw geen volledige Wlz-indicatie. De Raad oordeelt dat appellant geen belang meer heeft bij inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat hij inmiddels een GGZ-indicatie op grond van de Wlz heeft gekregen en de melding van 31 mei 2021 is afgesloten.
De Raad benadrukt dat procesbelang vereist is voor ontvankelijkheid, waarbij een louter formeel belang onvoldoende is. Omdat appellant geen schade heeft aangetoond en de periode waarover het geschil gaat in het verleden ligt, is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.