ECLI:NL:CRVB:2024:33
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en niet-naleving termijnen
Appellant heeft bij de Centrale Raad van Beroep hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellant werd bij brief van 8 juli 2023 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen binnen vier weken, maar liet deze termijn ongebruikt voorbijgaan.
Vervolgens werd bij aangetekende brief van 8 augustus 2023 nogmaals een termijn van vier weken gesteld om de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Ook deze termijn werd door de gemachtigde ongebruikt gelaten. Er zijn geen redenen aangevoerd die dit verzuim kunnen verontschuldigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt daarom dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en beslist zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.E.M. Marsé en griffier M.S. Autar op 9 januari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet naleven van hersteltermijnen.