ECLI:NL:CRVB:2024:353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant ontving een WIA-uitkering die het UWV per 6 maart 2022 beëindigde wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Appellant voerde aan dat hij meer beperkingen had, waaronder een urenbeperking vanwege pijnklachten en vermoeidheid, waardoor hij niet de geselecteerde functies kon vervullen.
De medische beoordeling, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld door een verzekeringsarts, concludeerde dat er geen noodzaak was voor een urenbeperking. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dit nader, stellende dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten voor een stoornis in de energiehuishouding die extra recuperatie vereist. Appellant leverde geen nieuwe medische informatie aan.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel, bevestigde de beëindiging van de uitkering en wees de proceskostenvergoedingen af.
De uitspraak is gedaan op 21 februari 2024 door de Centrale Raad van Beroep, waarbij de belangen van appellant zorgvuldig zijn afgewogen tegen de medische en arbeidskundige rapportages.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.