Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend, waarbij zij op arbeidskundige gronden – er konden niet voldoende functies worden geselecteerd – volledig arbeidsongeschikt is geacht.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid na haar werkzaamheden als callcentermedewerkster. Het UWV herbeoordeelde haar situatie op verzoek van haar voormalige werkgever en stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor de uitkering per 25 maart 2022 werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarbij een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en nieuwe arbeidskundige functies werden vastgesteld, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen het eerste bestreden besluit ongegrond, waarbij zij geen aanleiding zag om te twijfelen aan de medische en arbeidskundige beoordelingen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de geselecteerde functies niet passend waren, met name de functie van administratief ondersteunend medewerker en telefonisch verkoper, en dat het UWV ten onrechte geen rekening had gehouden met een uitlooptermijn.
Het UWV nam een nieuw besluit waarbij de beëindiging van de WIA-uitkering werd vastgesteld per 3 oktober 2022, met vergoeding van proceskosten. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het oorspronkelijke besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar wees het beroep tegen het nieuwe besluit af. De Raad oordeelde dat de functies passend zijn binnen de beperkingen van appellante en dat het UWV terecht de uitkering per 3 oktober 2022 beëindigde.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van een juiste toepassing van de uitlooptermijn bij beëindiging van WIA-uitkeringen en de zorgvuldige beoordeling van passende functies volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst en arbeidsdeskundige rapporten.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante is terecht beëindigd per 3 oktober 2022, met vernietiging van het eerdere besluit per 25 maart 2022.