Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:375

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 februari 2024
Publicatiedatum
27 februari 2024
Zaaknummer
22/3991 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 AOW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging toeslag AOW vanwege pensioengerechtigde leeftijd echtgenote bevestigd

Appellant, geboren in 1946, ontving een toeslag op zijn AOW-pensioen omdat zijn echtgenote, geboren in 1955, destijds nog niet de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde deze toeslag per november 2021 toen de echtgenote de pensioengerechtigde leeftijd van 66 jaar bereikte. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd door de Svb ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit tot intrekking van de toeslag.

Appellant stelde in hoger beroep dat het wegvallen van de toeslag zijn inkomen aanzienlijk verminderde en dat hij niet naar Turkije zou zijn teruggekeerd als hij had geweten dat de toeslag zou eindigen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de wettelijke bepalingen, met name artikel 8 van Pro de Algemene Ouderdomswet, duidelijk bepalen dat de toeslag vervalt zodra de echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Er was geen sprake van toezeggingen dat de toeslag zou blijven doorlopen.

De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Hierdoor blijft de intrekking van de toeslag per november 2021 in stand. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter E.E.V. Lenos op 23 februari 2024.

Uitkomst: De intrekking van de toeslag op het ouderdomspensioen per november 2021 wordt bevestigd.

Uitspraak

22/3991 AOW
Datum uitspraak: 23 februari 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2022, 22/2887 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te Turkije (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
SAMENVATTING
De toeslag op grond van de AOW die appellant ontving, is beëindigd. Dat is terecht omdat de echtgenote van appellant zelf de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 1 december 2023. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1.1.
Appellant, geboren op [geboortedatum] 1946 in Turkije, heeft enkele jaren in Nederland gewoond en gewerkt. Vervolgens is hij met behoud van een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar Turkije teruggekeerd. Nadien, in 1991, is hij in Turkije gehuwd. Aan appellant is aansluitend aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering met ingang van november 2011 een ouderdomspensioen op grond van de AOW [1] toegekend. Daarbij is ook een toeslag op het ouderdomspensioen toegekend, omdat zijn echtgenote, geboren op [datum 1] 1955, toen de in aanmerking te nemen pensioengerechtigde leeftijd nog niet had bereikt.
1.2.
Bij besluit van 8 november 2021 heeft de Svb aan appellant meegedeeld dat hij vanaf [datum 2] 2021 geen toeslag op zijn ouderdomspensioen meer krijgt, omdat zijn echtgenote op [datum 2] 2021 de in aanmerking te nemen pensioengerechtigde leeftijd van 66 jaar bereikt. Het door appellant tegen deze beslissing gemaakte bezwaar is bij besluit van 7 maart 2022 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Daarbij heeft appellant aangevoerd dat hij, door het gemis van de toeslag, een gering inkomen heeft en daardoor moeite heeft om in de primaire levensbehoeften te voorzien. Ook heeft hij gesteld dat hij niet naar Turkije zou zijn teruggekeerd, als hij had geweten dat de toeslag zou eindigen.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de intrekking van de toeslag in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en verwijst daarvoor naar de overwegingen van de rechtbank. Op grond van artikel 8, eerste lid, van de AOW heeft appellant vanaf [datum 2] 2021 geen recht meer op een toeslag op zijn ouderdomspensioen. De aangevallen uitspraak moet dus worden bevestigd. Deze bepaling is dwingendrechtelijk van aard. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden. Gesteld noch gebleken is dat aan appellant is meegedeeld dat hij de toeslag op grond van de AOW zou blijven ontvangen ook na de pensioengerechtigde leeftijd van zijn echtgenote.

Conclusie en gevolgen

4.2.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de intrekking van de toeslag op het ouderdomspensioen per [datum 2] 2021 in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van N. van der Horn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2024.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) N. van der Horn

KARAR

Temyiz Mahkemesi gereğini düşündükten sonra temyiz edilen kararı onaylar.
Işbu karar, kâtibin N. van der Horn huzurunda, başkan mr E.E.V. Lenos ve hakim tarafından verilip 23-02-2024 tarihinde açıkça okunmuştur.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene Ouderdomswet
Artikel 8
1. De pensioengerechtigde die voor 1 januari 2015 is gehuwd en voor die datum recht heeft op ouderdomspensioen en van wie de echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, heeft overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht op een toeslag, tenzij, met inachtneming van artikel 11 het Pro inkomen uit arbeid of overig inkomen van die echtgenoot meer bedraagt dan de volledige bruto-toeslag.
(..)

Voetnoten

1.Algemene Ouderdomswet.