ECLI:NL:CRVB:2024:38
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken blijvende noodzaak 24-uurszorg
Appellant, geboren in 1983 en lijdend aan PTSS en cognitieve stoornissen, vroeg het CIZ om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af op basis van medisch advies waarin werd gesteld dat er geen blijvende noodzaak is voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat het onderzoek van het CIZ zorgvuldig was en dat de medische adviezen voldoende waren onderbouwd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat geen blijvende behoefte aan 24-uurszorg kon worden vastgesteld. Hij verwees naar een psychodiagnostisch onderzoek en vroeg om benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde echter dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd en dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende had gemotiveerd. De Raad zag geen reden om aan de medische adviezen te twijfelen of een deskundige te benoemen.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en liet de afwijzing van de Wlz-aanvraag in stand. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door D.S. de Vries, in aanwezigheid van griffier L.C. van Bentum.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wlz-aanvraag wegens het ontbreken van een blijvende noodzaak voor 24-uurszorg.