Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
mr. M.J.H.H. Fuchs.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van arbeidsongeschiktheid op zijn zeventiende verjaardag. Het UWV weigerde deze uitkering omdat uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek bleek dat appellant toen geen ziekte of gebrek had die hem belemmerde in het verrichten van arbeid. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij appellant ligt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek van het UWV onvoldoende en onzorgvuldig was en dat hij ernstige gezondheidsproblemen had die al op jeugdige leeftijd speelden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en consistent waren en dat appellant geen medische gegevens had overgelegd die betrekking hadden op de relevante datum. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt.
Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat appellant dit niet had onderbouwd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van arbeidsongeschiktheid op de zeventiende verjaardag.