ECLI:NL:CRVB:2024:44
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate arbeidsongeschiktheid en toewijzing proceskosten in WIA-zaak
Appellante is sinds 2017 ziekgemeld en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid per 20 maart 2019 vast op 46,45%, later verhoogd naar 55,68% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde met het argument dat zij meer beperkingen heeft dan vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die concludeerde dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld en dat er geen medische grondslag was voor aanvullende beperkingen. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de voorbeeldfuncties passend zijn ondanks de aanvullende beperkingen.
De Raad oordeelde dat het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage correct heeft vastgesteld en dat het bestreden besluit, ondanks aanvankelijke motiveringsgebreken, niet onrechtmatig is. Het hoger beroep werd verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid correct heeft vastgesteld op 55,68% en wijst de proceskosten toe aan appellante.