Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
Rozendal verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. Jacobs.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als kapster, vroeg een zwangerschapsuitkering aan op grond van de Wazo, maar het UWV wees deze af omdat de aanvraag pas op 16 oktober 2020 werd ontvangen, ruim na de gestelde termijnen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanvraag tijdig was ingediend en geen bijzondere omstandigheden had gesteld die een afwijking van de hoofdregel rechtvaardigen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat toepassing van de regeling tot onredelijke benadeling leidde en deed een beroep op de hardheidsclausule, maar de Raad volgde dit niet. De Raad oordeelde dat het UWV terecht vasthield aan de termijn van maximaal één jaar terugwerkende kracht en dat de omstandigheden van appellante geen bijzonder geval vormen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de weigering van de Wazo-uitkering bleef in stand. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wazo-uitkering wegens te late aanvraag zonder bijzonder geval.