Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Appellant verzoekt de Raad een onafhankelijke deskundige te benoemen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant werkte als blokkenbrander en ontving sinds 2014 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en beëindigde de uitkering per 15 december 2021.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, stellende dat zijn medische beperkingen groter zijn dan vastgesteld en dat hij de geselecteerde functies niet kan vervullen. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat de medische beoordeling zorgvuldig was en de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep voerde appellant aanvullende medische stukken aan en vroeg om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze stukken de eerdere medische conclusies niet weerleggen en dat benoeming van een deskundige niet nodig is. De arbeidskundige beoordeling werd eveneens bevestigd.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 6 maart 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering per 15 december 2021 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.