Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:470

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 maart 2024
Publicatiedatum
12 maart 2024
Zaaknummer
22/3853 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bezwaarschrift ouderdomspensioen wegens overschrijding bezwaartermijn

Appellante heeft op 30 september 2020 een ouderdomspensioen aangevraagd via de Marokkaanse sociale zekerheidsinstantie, maar deze aanvraag is op 3 november 2020 afgewezen omdat zij niet verzekerd was voor de AOW en geen recht kon ontlenen aan de verzekering van haar partner.

Tegen dit besluit heeft appellante op 28 december 2021 bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar werd niet inhoudelijk behandeld omdat het te laat was ingediend. De bezwaartermijn van zes weken liep af op 25 juni 2021, terwijl het bezwaarschrift pas op 27 december 2021 werd ontvangen.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante geen geldige reden gaf voor de overschrijding van de termijn. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij weduwe is en financiële problemen heeft, maar kon niet aannemelijk maken waarom zij niet eerder bezwaar kon maken.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het ouderdomspensioen blijft in stand vanwege te laat ingediend bezwaar zonder geldige reden.

Uitspraak

22/3853 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2022, 22/2587 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [adres] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 7 maart 2024
SAMENVATTING
Appellante heeft bij de Svb bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag van een ouderdomspensioen. De Svb heeft dat bezwaar niet inhoudelijk behandeld, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. De Raad is het eens met de rechtbank dat de Svb het bezwaar terecht niet inhoudelijk heeft behandeld.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 25 januari 2024. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1.1.
Appellante heeft op 30 september 2020 een ouderdomspensioen aangevraagd [1] via de Caisse Nationale de Sécurité Sociale ( CNSS ) in Marokko. De aanvraag is bij besluit van 3 november 2020 afgewezen omdat appellante niet verzekerd is geweest voor de AOW en appellante ook geen recht op een ouderdomspensioen kan ontlenen aan de verzekering van haar partner, omdat de partner in Nederland verzekerd was voordat appellante met hem trouwde.
1.2.
Met een brief van 28 december 2021 heeft appellante tegen dat besluit bezwaar gemaakt.
1.3.
Met een besluit van 4 april 2022 (bestreden besluit) heeft de Svb vastgesteld dat het bezwaar van appellante niet inhoudelijk wordt behandeld, omdat het bezwaarschrift te laat is ontvangen en appellante daarvoor geen geldige reden heeft.
1.4
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. Volgens de rechtbank is het bezwaarschrift van appellante te laat ingediend, omdat de bezwaartermijn is geëindigd op 25 juni 2021 en het bezwaarschrift pas daarna is ingediend. Het bezwaarschrift van appellante is gedateerd 30 november 2021 en door de Svb ontvangen op 27 december 2021. De rechtbank is ervan uitgegaan dat de bezwaartermijn is geëindigd op 25 juni 2021, omdat het primaire besluit is verzonden op 14 mei 2021 en de bezwaartermijn zes weken bedraagt. De rechtbank heeft daarbij de Svb gevolgd in zijn conclusie dat appellante in ieder geval op 15 april 2021 mondeling op de hoogte is gebracht van het primaire besluit en dat verweerder het besluit op 14 mei 2021 naar appellante heeft gestuurd en daarbij het adres heeft gebruikt dat appellante recent had opgegeven. Van belang is daarbij dat appellante de verzending van het primaire besluit op 14 mei 2021 niet heeft betwist. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat appellante geen geldige reden heeft voor de overschrijding van de bezwaartermijn. Volgens de rechtbank is niet aannemelijk dat appellante niet is staat was om binnen de termijn een bezwaarschrift in te dienen en zo nodig haar belangen door iemand anders te laten behartigen.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met die uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante heeft tegen die uitspraak aangevoerd dat zij weduwe is en in het verleden een nabestaandenuitkering op grond van de ANW [2] heeft ontvangen. Appellante heeft geen geld om zichzelf en haar familie te onderhouden.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop de rechtbank dit oordeel heeft gebaseerd en neemt die overwegingen over. Net als de rechtbank gaat ook de Raad ervan uit dat het primaire besluit op 14 mei 2021 aan appellante is verzonden, omdat zij de verzending niet heeft betwist. Appellante heeft ook in hoger beroep niet uitgelegd wanneer zij dat besluit wel heeft ontvangen. Het was haar verantwoordelijkheid om tijdig een bezwaarschrift in te dienen. Het bezwaarschrift van 30 november 2021 heeft de Svb ontvangen op 27 december 2021. Het bezwaarschrift is daarmee ruim buiten de termijn van zes weken vanaf 15 mei 2021 ingediend. Daarom oordeelt de Raad net als de rechtbank dat het bezwaarschrift van appellante te laat is ingediend.
4.2.
De Raad is het ook met de rechtbank eens dat appellante geen geldige reden heeft voor de overschrijding van de bezwaartermijn. Ook in hoger beroep heeft appellante niet toegelicht waarom zij niet zo snel mogelijk na de ontvangst van het op 14 mei 2021 nogmaals verzonden besluit van 3 november 2020 een bezwaarschrift heeft ingediend. Niet aannemelijk is dat appellante toen niet in staat was om, al dan niet met hulp van anderen, een (voorlopig) beroepschrift in te dienen tegen het besluit van 3 november 2020.

Conclusie en gevolgen

4.3.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag van een ouderdomspensioen in stand blijft.
5. Appellante krijgt daarom geen vergoeding voor haar proceskosten. Zij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2024.
(getekend) Y. Sneevliet
(getekend) L.C. van Bentum

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 6:6
Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:
a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of Pro aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of (…)
mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
Artikel 6:7
De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.
Artikel 6:8, eerste lid
De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Artikel 6:9
1. Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
2. Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Artikel 6:11
Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Administratief Akkoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake sociale zekerheid (Administratief Akkoord)
Artikel 25
De Sociale Verzekeringsbank neemt een beslissing op de aanvraag. Deze beslissing, waarin de rechtsmiddelen en beroepstermijnen vermeld worden, wordt aan het Marokkaanse verbindingsorgaan toegezonden. Dit orgaan stelt de aanvrager ervan in kennis in zijn moedertaal door middel van een samenvatting waarbij de beslissing wordt gevoegd. De beroepstermijnen vangen eerst aan op de datum waarop de aanvrager de samenvatting ontvangt.

Voetnoten

1.Op grond van de Algemene Ouderdomswet.
2.De Algemene nabestaandenwet.