ECLI:NL:CRVB:2024:474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens onder meer carpaal tunnelsyndroom, fibromyalgie en spanningen. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Medisch onderzoek leidde tot een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarin haar beperkingen werden vastgelegd, en een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen passend waren meegenomen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar medische situatie en dat het maatmaninkomen niet correct was geïndexeerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had in meerdere rapporten overtuigend gemotiveerd dat de medische situatie adequaat was beoordeeld en dat de beperkingen in de FML correct waren vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige had het maatmaninkomen correct geïndexeerd en de belasting van de geselecteerde functies passend geacht. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en liet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.