ECLI:NL:CRVB:2024:49
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 72,33% door UWV
Appellant heeft zich ziekgemeld in januari 2018 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 65,31%, later aangepast naar 72,33%. Appellant betwistte deze vaststelling en voerde aan dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende onderbouwde waarom een fysieke hoorzitting noodzakelijk was. De medische rapporten van UWV en de door appellant ingeschakelde medisch adviseur boden geen objectieve aanwijzingen voor onderschatting van beperkingen.
In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel. De Raad vond het medisch onderzoek adequaat en zag geen reden voor benoeming van een onafhankelijke deskundige. Ook de arbeidskundige beoordeling dat appellant de geselecteerde functies kan vervullen werd onderschreven. De Raad wees het hoger beroep af en liet de vaststelling van 72,33% arbeidsongeschiktheid ongewijzigd.
Uitkomst: De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 72,33% door het UWV wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.