Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:494

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 februari 2024
Publicatiedatum
14 maart 2024
Zaaknummer
23/2499 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene OuderdomswetAlgemene Nabestaandenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering wegens ontbreken verzekering

Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een nabestaandenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die een AOW-pensioen ontving en op 2020 is overleden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW of op grond van Marokkaanse wetgeving.

Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde het besluit van de Svb en stelde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat haar echtgenoot verzekerd was. De medische en financiële situatie van appellante is volgens de rechtbank niet relevant voor het recht op een nabestaandenuitkering.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de aanvraag terecht is afgewezen. Er is geen bewijs dat de echtgenoot verzekerd was op het moment van overlijden. De ziekte en financiële situatie van appellante geven geen recht op een uitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De aanvraag om een nabestaandenuitkering is terecht afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW of op grond van Marokkaanse wetgeving.

Uitspraak

23.2499 ANW

Datum uitspraak: 29 februari 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2023, 22/3946 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] ( Marokko ) (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: M.L. Noort, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: L.C. van Bentum
Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
De echtgenoot van appellante ontving een AOW-pensioen [1] . Hij is op [overlijdensdatum] 2020 overleden. Met een besluit van 18 januari 2022 heeft de Svb de aanvraag van appellante om een ANW [2] -uitkering afgewezen. De echtgenoot van appellante was op de dag van overlijden namelijk niet verzekerd voor de ANW. Met een besluit van 7 juni 2022 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank overweegt dat appellante niets heeft aangevoerd waaruit de rechtbank kan afleiden dat de Svb er ten onrechte vanuit is gegaan dat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW of voor een wettelijke regeling voor overlijden in Marokko . De Svb heeft naar het oordeel van de rechtbank in het bestreden besluit juist en duidelijk uiteengezet dat van verplichte of vrijwillige verzekering van de overleden echtgenoot van appellante geen sprake was. Voor het wel of niet verzekerd zijn en het wel of niet aanspraak hebben op een ANW-uitkering is de medische en financiële situatie van de aanvrager niet van betekenis.
Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante voert aan dat haar overleden echtgenoot verzekerd was. Daarnaast voert zij aan dat zij ziek is en geen inkomen of uitkering ontvangt.
Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aanvraag om een nabestaandenuitkering terecht is afgewezen. Uit de gedingstukken blijkt niet dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden op enige grond verzekerd was voor de ANW of verzekerd was op grond van de Marokkaanse wetgeving. De ziekte van appellante en haar financiële situatie leiden er niet toe dat zij alleen om die reden recht heeft op een nabestaandenuitkering. De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L.C. van Bentum (getekend) M.L. Noort
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

Voetnoten

1.Algemene Ouderdomswet.
2.Algemene Nabestaandenwet.