ECLI:NL:CRVB:2024:499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing postume toelating tot vrijwillige ANW-verzekering wegens termijnoverschrijding
Appellante verzocht om haar overleden echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet (ANW). De echtgenoot was op 11 juni 2006 teruggekeerd naar Marokko en overleed in 2016. De aanvraag werd door de Sociale verzekeringsbank (Svb) afgewezen omdat het verzoek niet binnen één jaar na beëindiging van de verplichte verzekering was ingediend.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Appellante voerde aan dat haar financiële situatie bijzonder was en zij bereid was de premies te betalen, maar dit werd niet als voldoende bijzondere omstandigheid erkend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek van appellante op 30 juni 2021 was gedaan, ruim vijftien jaar na het einde van de verplichte verzekering, waardoor de wettelijke termijn van één jaar was overschreden. Er waren geen bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de afwijzing van de toelating tot de vrijwillige verzekering bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om postume toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wordt afgewezen vanwege overschrijding van de wettelijke termijn.