ECLI:NL:CRVB:2024:501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep niet-tijdig beslissen bij bijstandsaanvraag
Appellant heeft meerdere aanvragen om bijstand ingediend, waarvan het college de meeste buiten behandeling heeft gesteld. Op 13 maart 2020 diende appellant opnieuw een aanvraag in die het college op 1 juli 2020 buiten behandeling stelde. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het college de beslistermijn opschortte en later verlengde.
Op 22 december 2022 stelde appellant beroep in bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het college nog niet in verzuim was vanwege de verlengde beslistermijn en appellant het college niet in gebreke had gesteld.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt omdat appellant het beroep te vroeg had ingesteld en niet had voldaan aan de vereiste ingebrekestelling. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard omdat het college de beslistermijn had verlengd en appellant het college niet in gebreke had gesteld.