Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
mr. P.C.P. Veldman.
Centrale Raad van Beroep
Appellant werkte als productiewerker en meldde zich ziek per 24 maart 2018. Het UWV beëindigde aanvankelijk zijn ZW-uitkering omdat hij geschikt werd geacht voor andere functies. Na een dag werk als heftruckchauffeur/hoogwerker in mei 2019 werd de ZW-uitkering opnieuw beëindigd, wat appellant aanvocht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat het UWV onterecht was uitgegaan van de productiewerkzaamheden als maatgevende arbeid, terwijl het werk als heftruckchauffeur/hoogwerker op 7 mei 2019 maatgevend is. Het UWV had onvoldoende onderzoek gedaan naar de belastende aspecten van dit werk.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep aannames deed over de belasting van het werk, zonder voldoende onderbouwing. Ook waren schokken bij het werk mogelijk een belemmering, wat niet adequaat onderzocht was. Hierdoor was sprake van een zorgvuldigheidsgebrek en onvoldoende motivering volgens de Awb.
De Raad vernietigde het besluit en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd bepaald dat beroep tegen de nieuwe beslissing alleen bij de Raad kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering wordt vernietigd.