ECLI:NL:CRVB:2024:528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand wegens onvolledigheid
Appellant diende op 1 september 2020 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college stelde deze aanvraag buiten behandeling wegens onvolledigheid, omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de ontbrekende gegevens had aangeleverd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellant stelde in hoger beroep dat de behandelend rechter van de rechtbank niet onafhankelijk was en dat er onjuistheden in de uitspraak stonden. De Centrale Raad van Beroep onderzocht deze stelling en concludeerde dat de rechter adequaat vragen had gesteld en voldoende dossierkennis had. Er was geen sprake van schending van artikel 6 EVRM Pro.
Omdat appellant geen inhoudelijke beroepsgronden tegen de buitenbehandelingstelling had aangevoerd, werd het hoger beroep verworpen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank bleef daarmee in stand. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de buitenbehandelingstelling van de aanvraag blijft in stand.