ECLI:NL:CRVB:2024:533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens eerdere toekenning binnen twaalf maanden
Appellant, woonachtig in de gemeente Gulpen-Wittem, ontving bijstand op grond van de Participatiewet en deed meerdere aanvragen voor een individuele inkomenstoeslag tussen 2016 en 2020. De aanvraag van 24 juni 2020 werd afgewezen omdat binnen twaalf maanden voorafgaand al een toeslag was verleend per 12 september 2019.
Appellant voerde aan dat de datum van indiening van zijn aanvraag niet bepalend mocht zijn en dat eerdere aanvragen over de jaren 2016 tot en met 2019 in de beoordeling betrokken hadden moeten worden. De Raad stelde vast dat artikel 36, derde lid, van de Participatiewet bepaalt dat een aanvraag wordt afgewezen indien binnen twaalf maanden voorafgaand al een toeslag is verleend, en dat de aanvraag van 24 juni 2020 binnen deze termijn viel.
Verder erkende de Raad dat het college een beleidsregel hanteert waarbij een aanvraag binnen acht weken voor het einde van de twaalfmaandstermijn toch in behandeling wordt genomen, maar dit was hier niet van toepassing. Ook het beroep op de memorie van toelichting werd verworpen omdat deze betrekking had op een inmiddels gewijzigde wettekst.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit van afwijzing. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: De aanvraag om een individuele inkomenstoeslag wordt afgewezen omdat binnen twaalf maanden voorafgaand al een toeslag is verleend.