ECLI:NL:CRVB:2024:554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente, proceskosten en griffierecht na intrekking hoger beroep WIA-uitkering
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV omtrent een WIA-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV op 5 mei 2023 een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij het bezwaar van appellante werd gegrond verklaard en een IVA-uitkering werd toegekend met terugwerkende kracht vanaf 6 februari 2019.
Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, de proceskosten van beroep en hoger beroep, en het griffierecht. De Raad stelde vast dat het UWV reeds de kosten van bezwaar had vergoed en dat het tegemoetkomen aan het bezwaar de intrekking van het beroep rechtvaardigde.
De Raad besloot het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente toe te wijzen en verwees naar een eerdere uitspraak voor de berekeningswijze. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten, bestaande uit kosten van rechtsbijstand en reiskosten, en het betaalde griffierecht. De totale proceskostenvergoeding bedroeg €4.413,80, en het griffierecht €178,-.
De uitspraak werd gedaan door M.E. Fortuin namens de Centrale Raad van Beroep op 20 maart 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten van €4.413,80 en griffierecht van €178,- na intrekking van het hoger beroep.