ECLI:NL:CRVB:2024:560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of gewijzigde medische toestand
Appellant heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die telkens door het Uwv zijn afgewezen omdat hij meer dan 75% van het maatmaninkomen kan verdienen en er geen sprake is van nieuwe feiten of een gewijzigde medische toestand. Na het laatste besluit van 30 april 2021 om niet terug te komen op eerdere besluiten, verklaarde het Uwv het bezwaar ongegrond. De rechtbank Oost-Brabant bevestigde deze beslissing en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat geen nieuwe of relevante medische informatie was ingebracht.
Appellant stelde in hoger beroep dat er sprake was van een onzorgvuldig onderzoek en dat nieuwe feiten (nova) en een verslechtering van zijn situatie, waaronder psychische problematiek en beschermingsbewind, niet voldoende waren meegewogen. De Raad concludeerde echter dat appellant geen nieuwe of andere gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden dan de rechtbank. De eerdere rapporten en medische beoordelingen waren zorgvuldig en volledig betrokken bij de besluitvorming.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De weigering van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.