ECLI:NL:CRVB:2024:573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Buiten behandelingstelling aanvragen bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag wegens ontbreken bankafschriften
Appellante en haar echtgenote dienden op 17 september 2020 aanvragen in voor bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag. Het college stelde deze aanvragen buiten behandeling omdat niet alle gevraagde bankafschriften over de periode van 18 juni tot en met 17 september 2020 waren aangeleverd, waardoor een inhoudelijke beoordeling niet mogelijk was.
Appellante voerde aan dat de ontbrekende bankafschriften niet nodig waren omdat de betreffende bankrekening al lang niet meer in gebruik zou zijn en dat de overgelegde stukken voldoende inzicht boden in de financiële situatie. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de bankrekening buiten gebruik was, mede omdat het overgelegde afschrift over augustus 2020 mutaties toont. Ook was niet gebleken dat appellante niet in staat was de ontbrekende afschriften te verstrekken.
Verder stelde appellante dat het college in redelijkheid geen actueel beeld van de financiële situatie had mogen verlangen, maar de Raad verwierp dit standpunt. Het college was bevoegd en gerechtvaardigd om de aanvragen buiten behandeling te stellen vanwege het ontbreken van essentiële informatie. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De buiten behandelingstelling van de aanvragen wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van alle gevraagde bankafschriften.