ECLI:NL:CRVB:2024:60
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 15 november 2018 waarin een Wajong-uitkering werd geweigerd. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening. Appellant voerde aan dat het UWV niet alle relevante omstandigheden had meegewogen, waaronder medische bevindingen en het feit dat hij onder druk werkzaamheden verrichtte die zijn belastbaarheid te boven gingen.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat de gronden van appellant vooral een herhaling zijn van eerdere argumenten en dat de aangevoerde documenten geen betrekking hebben op de relevante periode of niet als nieuw kunnen worden beschouwd.
De Raad benadrukt dat het besluit van 15 november 2018 gebaseerd is op werkzaamheden in de periode 1999-2004, waarbij appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was. De aangevoerde bezwaren over de zwaarte van het werk en de druk van uitkeringsinstanties waren reeds bekend en hadden destijds ingebracht kunnen worden. Er is geen sprake van een evident onredelijk besluit. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.