ECLI:NL:CRVB:2024:612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante heeft herhaaldelijk een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens heeft vastgesteld dat zij niet in aanmerking komt vanwege voldoende verdiencapaciteit en het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De beoordeling richt zich op de belastbaarheid in de periode van haar 18e tot 23e levensjaar. Latere vaststellingen van volledige arbeidsongeschiktheid op latere leeftijd vallen buiten de verzekerde periode voor Wajong.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de nieuwe medische stukken die appellante aanvoert, waaronder een brief van een psychiater uit 2016 en een rapport van een klinisch psychologe-logopediste uit 1981, geen nieuwe feiten zijn die relevant zijn voor de beoordelingsperiode. De Raad volgt dit oordeel en benadrukt dat het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit wordt getoetst aan artikel 4:6 Awb Pro, waarbij geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn vastgesteld.
Appellante heeft ook verzocht om een deskundige te benoemen, maar dit verzoek is afgewezen omdat de aangevoerde stukken geen nieuwe relevante informatie bevatten. De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.