ECLI:NL:CRVB:2024:629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf een adres op als hoofdverblijf. Het college weigerde de bijstand omdat uit onderzoek bleek dat appellant niet op dit adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de afwijzing. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en dat het college onvoldoende rekening hield met zijn omstandigheden, zoals het verblijf bij zijn zieke partner en rijlessen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij de taal niet beheerst en dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Bewijsmiddelen zoals bankafschriften, huisbezoek en buurtonderzoek wezen op het ontbreken van hoofdverblijf. Het energieverbruik was laag, maar verklaarbaar door klussen in de woning.
Het hoger beroep werd afgewezen, waarmee de afwijzing van de bijstand in stand bleef. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding. De Raad bevestigde dat het college niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel had gehandeld en dat de verklaringen van appellant onvoldoende concreet waren om het besluit te vernietigen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet op het opgegeven adres woonde.